De badstof strandhanddoek die in Europa aan het eind van de 19de eeuw is geïntroduceerd, verbindt de private en de publieke ruimte, binnen en buiten. Gebruikers kiezen niet alleen voor een bepaalde kleur (omdat die hun huidskleur goed doet uitkomen) of een grappig patroon; belangrijker is de beslissing hoe de handdoek op het strand wordt gepositioneerd. Hoe groot is de afstand tot andere zonnebaders, en hoe nabij liggen de handdoeken van vrienden of familieleden? Dergelijke keuzes vertellen iets over sociale verhoudingen, culturele verschillen en ook over een collectief beeld van het lichaam op het strand dat zich via films en fotografie heeft verspreid.

Als een platform voor het gebruinde, soms getrainde lichaam roept de badhanddoek vragen op over de democratisering van de openbare ruimte (denk aan Coney Island of de eerste door de staat betaalde vakanties in Frankrijk in 1936), neokolonialisme en wereldwijd kapitalisme. Door het ontstaan van massatoerisme in de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft zich een Westerse levensstijl en lichaamscultus over de planeet verspreid. In verschillende culturele contexten is die aangepast en vertaald, zoals Martin Parr op amusante wijze in enkele fotoboeken heeft gedocumenteerd. Gedurende vele jaren legde hij overal ter wereld strandtaferelen vast: op het strand en op de gekleurde handdoeken ontmoeten natuur en lichaamscultuur elkaar.