Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

De tatami-mat als onderdeel van een sociaal, cultureel, architectonisch en ecologisch systeem is verloren gegaan door veranderingen in de manier van leven en de introductie van niet-Japanse praktijken. Dit wordt duidelijk in buitenlandse handelwijzen en in het gebruik voor toeristische doeleinden. Tatami-bedden naar Europees of Amerikaans ontwerp zijn houten structuren met twee matten waarop futons kunnen worden geplaatst. Dit leidt tot een permanent meubelstuk op de vloer, waardoor het oorspronkelijke doel van de tatami als multifunctionele vloerbedekking teniet wordt gedaan. De tatami-matten worden vaste voorwerpen in een ruimte, die niet meer kunnen worden aangepast aan het veranderende ritme van de dag.

Appartementen die via AirBnB worden verhuurd zijn een ander voorbeeld. Zij benadrukken de discrepantie tussen de buitenlandse perceptie van Japan, en de Japanse kijk op de behoeften en wensen van buitenlanders. Muren, versierd met kimono's; tatami-matten met daarop westerse bedden, waardoor multifunctioneel gebruik onmogelijk wordt; futons die zijn uitgerold naast een butsudan, waarin de as van overleden familieleden wordt bewaard. Of futons die zijn neergelegd op de houten vloer van een traditionele kura, een voorraadschuur waarin graan en kostbaarheden van de familie werden bewaard. Zulke praktijken zijn in tegenspraak met het van oudsher geïntegreerde gebruik en de functie van de tatami-mat.

De teloorgang van traditionele praktijken en levensstijlen wordt ook gedocumenteerd in veel boutique-architectuur. Een aantal hedendaagse architecten zijn tatami-kamers blijven opnemen in hun gebouwen. Tatami-matten zijn nog steeds aanwezig in religieuze gebouwen zoals Ando Tadao’s 1991 Water Temple op Awaji Island. Shigeru Ban’s Naked House uit 2000 kent tatami-matten als onderdeel van rollende slaap- en studeerhokjes, die zijn losgemaakt van de feitelijke vloer. De klant had Ban gevraagd een huis te ontwerpen dat volledig open was, waar de hele familie kon communiceren, terwijl er ook een gevoel van persoonlijk eigendom behouden moest blijven. Als reactie daarop creëerde Ban van tatami-matten voorziene hokjes die aan twee kanten open kunnen en op wieltjes staan. Andere ontwerpen van hedendaagse Japanse architecten kennen verrassend genoeg geen tatami-kamers. Het NA house by Sou Fujimoto, met zijn meervoudige niveaus en zitplaatsen, bevat houten vloeren in plaats van tatami-matten.

De vraag is waarom Japanners nog steeds de moeite nemen op tatami-matten te leven. De hoge bevolkingsdichtheid van Japanse steden kan tot een voorkeur voor multifunctionele ruimten hebben geleid. Een tafel en een stoel zijn voorwerpen die ergens staan, maar zij zijn niet nodig in een tatami-setting, terwijl sabutons opgevouwen kunnen worden. Geïntegreerde voorraadruimten nemen de noodzaak weg om een kast te kopen. In reclames in Tokio en heel Japan zien we nóg een soort plek waar tatami-matten zijn blijven bestaan (en misschien zelfs een comeback maken). In publiciteitsmateriaal voor de traditionele heetwaterbronnen staan tatami-kamers vermeld voor slapen en eten, waardoor een traditionele levensstijl een tegenhanger wordt van de moderne lifestyle in Tokio. Het aanblijven of de terugkeer van zulke traditionele elementen wordt eveneens weerspiegeld in het gebruik van traditionele Japanse kleding (yugata), gedragen door vrouwen en mannen in traditionele vakantieplaatsen; maar op een zomerdag kun je ze ook in een van de grote metropolen tegenkomen.

Het Japanse leven verandert: tatami-matten vormen niet langer het alomvattende fundament van het dagelijks leven, ze hebben zich teruggetrokken in niches, inclusief die van westerse tatami-bedden en vakantieoorden. Maar een blik op hun unieke multifunctionele vermogen als platform voor het leven zou de unieke traditie van het multifunctionele tatami-leven kunnen laten voortbestaan. Op dit moment is er nog steeds een aantal tatami-makers dat hun ambacht goed beheerst en kan helpen deze eeuwenoude traditie voort te zetten.

Dankbetuiging: Een deel van de financiering voor dit project werd ter beschikking gesteld via de samenwerking tussen het Kyoto Institute of Technology en het Design &History researchprogramma van de TU Delft.